Voor Assan en Astou

Assan en zijn moeder Astou waren een paar jaar mijn buren in Gambia. Ik zag en sprak ze elke dag wel even.

Ze zijn arm, net als de hele buurt in Bijilo, maar wel zoals iedereen daar, vriendelijk en tevreden. Klagen heeft er geen zin.

Astou ging elke dag naar het vissersdorp Tanjii om vis in te kopen en vervolgens weer te verkopen op de piepkleine markt van onze wijk.

Er waren ook kippen, voor vlees en eieren bij hun huisje en voor het offerfeest hielden ze een paar schapen voor de verkoop.

Assan is vanaf zijn geboorte zo volkomen spastisch, dat hij volledig afhankelijk is van de zorg van zijn moeder. Hij bedelt dagelijks zijn kostje bij elkaar op een druk verkeerspunt, bij Turntable.

Hij heeft veel vrienden, die hem overdag helpen naar toilet te gaan en zorgen voor zijn drinken.

Ik heb Assan nog nooit horen klagen. Zijn moeder trouwens ook niet. Zijn rolstoel is niet de nieuwste om het maar zwak uit te drukken. Ik heb geprobeerd om een nieuwe te regelen, maar de oude, was volgens Astou, het beste.

Elke morgen bracht zijn moeder hem naar het drukke en chaotische kruispunt met veel bedrijvigheid en

ambulante verkopers, totdat het noodlot afgelopen zaterdag toesloeg.

Openbaar vervoer in Gambia gaat per taxi, die je samen met anderen voor 18 eurocent naar de volgende stop brengt.

Terwijl ze stonden te wachten op een taxi langs de snelweg, werden ze door een snelheidsduivel aangereden, Astou overleefde het niet en Assan liep een lelijke schaafwond aan zijn hoofd op.

Snelheidsduivel reed gewoon door.

Gisteren was ik bij Assan. We lagen samen op zijn bed, dicht tegen elkaar aan en hielden elkaar vast.

Tranen rolden over onze wangen. “Fijn dat je er bent” zei hij en “Het komt met mij heus wel weer goed. Mama is nu bij Allah’s glorie, ik kan en zal haar niet teleurstellen en mijn best blijven doen, het beste er van te maken.”

Zijn zussen hebben nu de zorg voor Assan overgenomen. Vandaag wordt Astou begraven.

Ik werd door Assan weer met m’n neus op de feiten gedrukt, dat ik blij moet zijn met benen die me kunnen dragen en met een hart waar Assan in mag wonen.

Assan heeft een karakter, waar menigeen jaloers op kan zijn en veel vrienden, omdat hij altijd goedlachs is en nooit klaagt.

Moge de ziel van Astou leven in de eeuwigheid en moge Assan nog veel harten veroveren.

Het mijne heeft hij al een paar jaar.